Hoe bfr (kaatsu) training mij meer energie heeft gegeven
Waarom BFR-training voor mij een van de meest interessante methoden is bij CVS
Als je CVS hebt, kijk je vaak heel anders naar beweging dan gezonde mensen.
Waar sporten voor veel mensen energie oplevert, kan het bij CVS juist energie kosten die je eigenlijk niet hebt. Een wandeling, een fietstocht of een gewone krachttraining kan soms dagen of zelfs weken herstel vragen.
Dat komt niet alleen doordat je conditie minder is. Bij veel mensen met CVS is er iets mis in de manier waarop het lichaam energie produceert en gebruikt.
Na mijn diagnose bleef ik zoeken naar manieren om mijn lichaam toch actief te houden zonder steeds in een terugval terecht te komen. Ik was tenslotte een groot deel van de dagen bedlegerig en wilde mijn leven niet doorbrengen door alleen maar in bed te liggen.
Verschillende artsen vertelden mij na de diagnose dat er geen genezing bestond en dat ik het moest leren accepteren. Ik kreeg daarvoor ook therapie voorgeschreven, wat ik overigens ook heb gedaan.
Maar mijn karakter zit anders in elkaar. Ik ben eigenwijs, hou van doorgaan, van oplossingen zoeken, experimenteren en vooral van niet opgeven.
Ik wilde mijn lichaam herstellen en eraan sleutelen, net zoals je een trekker repareert zodat je er weer mee aan het werk kunt.
Dat is precies waarom BFR-training mijn aandacht trok.
Traditionele krachttraining viel voor mij vaak af, zo heb ik in het verleden gemerkt. Zelfs als mijn spieren de training aankonden, voelde het alsof mijn energiesysteem dat niet deed en moest ik dagenlang weer ervan herstellen.
Veel vormen van fysieke activiteit vragen simpelweg te veel van mijn lichaam. Waar gezonde mensen sterker en fitter worden van een trainingsprikkel, moet ik soms juist dagenlang herstellen van iets wat voor anderen een normale inspanning is.
Toen kwam ik BFR-training tegen, ook bekend als Blood Flow Restriction of Kaatsu.
Het idee is simpel: je plaatst speciale banden rond je armen of benen waardoor de bloedafvoer gedeeltelijk wordt beperkt tijdens oefeningen.
Daardoor ontstaat er met een zeer lichte belasting toch een sterke trainingsprikkel.
Bij BFR worden speciale banden om de armen of benen aangebracht. Deze banden beperken tijdelijk een deel van de bloedafvoer uit de spieren, terwijl er nog wel bloed naar de spieren toe kan stromen.
Daardoor ontstaat er tijdens de training een situatie waarin de spier tijdelijk minder zuurstof beschikbaar heeft. Tegelijkertijd hopen stofwisselingsproducten zoals lactaat zich sneller op.
Het bijzondere is dat je lichaam hierdoor denkt dat het veel harder aan het werk is dan daadwerkelijk het geval is.
Waar je normaal zware gewichten nodig hebt om een sterke trainingsprikkel te creëren, kan dat met BFR vaak al met een fractie van die belasting.
Voor iemand met CVS is dat interessant, omdat juist die hoge belasting vaak het probleem vormt.
Normaal gesproken zou ik denken dat dit vooral interessant is voor spiergroei, maar hoe meer ik erover las, hoe interessanter het werd vanuit het perspectief van CVS.
Het probleem lijkt niet alleen spierkracht te zijn
Veel mensen met CVS herkennen het gevoel dat hun lichaam sneller "leegloopt" dan normaal.
Activiteiten die voor anderen licht zijn, voelen alsof je een zware inspanning hebt geleverd.
Onderzoekers zien bij CVS regelmatig afwijkingen in het energieverbruik van spieren en cellen. Hoewel nog niet alles duidelijk is, wijzen verschillende studies op verstoringen in de werking van mitochondriën.
Mitochondriën zijn de energiecentrales van onze cellen.
Zij produceren ATP, de belangrijkste energiebron van het lichaam.
Wanneer die energieproductie minder efficiënt verloopt, kan dat betekenen dat je sneller vermoeid raakt, sneller verzuurt en minder goed herstelt.
Dat sluit opvallend goed aan bij wat veel mensen met CVS dagelijks ervaren.
Waarom zuurstof belangrijk is
Normaal gebruiken mitochondriën zuurstof om efficiënt energie te maken.
Wanneer de vraag naar energie groter wordt dan wat het systeem aankan, schakelt het lichaam meer over op minder efficiënte processen. Daarbij ontstaat sneller lactaat en hopen andere stofwisselingsproducten zich op.
Interessant genoeg laten onderzoeken zien dat mensen met CVS soms al bij relatief lage inspanning verhoogde lactaatwaarden kunnen ontwikkelen.
Met andere woorden: het lichaam lijkt eerder tegen zijn grenzen aan te lopen.
Dat kan mede verklaren waarom een inspanning die klein lijkt toch zo'n enorme impact kan hebben.
Wat BFR anders maakt
Tijdens BFR-training wordt de spier bewust blootgesteld aan een tijdelijke situatie waarin er minder zuurstof beschikbaar is.
Daardoor ontstaat al met lichte inspanning een metabole uitdaging voor de spier.
Het lichaam reageert daarop met allerlei aanpassingsmechanismen.
Onder andere worden signalen geactiveerd die betrokken zijn bij:
-
spierherstel;
-
spieropbouw;
-
doorbloeding;
-
glucoseverwerking;
-
mitochondriale aanpassing.
Een van de belangrijkste spelers hierin is een eiwit genaamd PGC-1α.
Dit wordt vaak gezien als een soort hoofdschakelaar voor mitochondriale verbetering.
Wanneer PGC-1α wordt geactiveerd, krijgt het lichaam signalen om mitochondriën efficiënter te laten werken en mogelijk zelfs nieuwe mitochondriën aan te maken.
Dit proces heet mitochondriale biogenese.
Juist dat vond ik enorm interessant.
Want als een deel van het probleem bij CVS ligt in de energieproductie, dan zou het ondersteunen van mitochondriale aanpassingen misschien kunnen helpen om het energiesysteem efficiënter te laten functioneren.
De link met PEM
Voor mij is PEM (Post-Exertional Malaise) altijd een van de meest beperkende aspecten van CVS geweest.
Niet de vermoeidheid tijdens de activiteit, maar de prijs die je daarna betaalt.
Dat maakt trainen ingewikkeld.
Je wilt een positieve trainingsprikkel geven, maar je wilt geen systeem activeren dat vervolgens dagenlang ontspoort.
Wat mij aansprak aan BFR was dat de mechanische belasting laag blijft.
Mijn gewrichten, spieren en cardiovasculaire systeem hoeven niet op volle capaciteit te werken om toch een trainingssignaal te creëren.
Dat betekent niet dat BFR geen belasting geeft. Integendeel. Het voelt vaak verrassend zwaar.
Maar de totale fysieke belasting lijkt veel lager dan bij traditionele krachttraining met zware gewichten.
Voor mij maakte dat het verschil.
Wat mij uiteindelijk echt verbaasde
Mijn gevoel dat er meer gebeurde dan alleen spieropbouw liet me niet los. Daarom besloot ik een aantal onderzoeken te laten doen om te kijken of er objectief iets veranderde.
De eerste resultaten kwamen uit een spierbiopsie.
Daaruit bleek dat de mitochondriale activiteit duidelijk was toegenomen ten opzichte van de metingen die eerder waren gedaan. Niet alleen leken de mitochondriën efficiënter te functioneren, ook waren er aanwijzingen dat er meer mitochondriën aanwezig waren dan voorheen.
Daarna volgde een CPET-test.
Waar mijn lichaam vroeger al snel tegen zijn grenzen aan liep, liet de test nu zien dat mijn zuurstofverbruik was verbeterd en dat mijn anaerobe drempel aanzienlijk hoger lag. Mijn lichaam leek energie efficiënter te kunnen produceren voordat het moest overschakelen naar minder efficiënte processen.
Ook de lactaatmetingen waren opvallend.
Voorheen schoten mijn lactaatwaarden al omhoog bij relatief lichte inspanning. Nu bleef de stijging veel beperkter en trad deze pas op bij een hogere belasting. Dat sloot precies aan bij wat ik zelf al merkte tijdens dagelijkse activiteiten.
Om nog dieper te kijken, werd een 31P-MRS-scan uitgevoerd.
Daaruit bleek dat mijn spieren hun energiereserves aanzienlijk sneller konden herstellen na inspanning. De snelheid waarmee fosfocreatine werd aangevuld, was sterk verbeterd ten opzichte van eerdere metingen. Voor het eerst zag ik objectief bewijs dat mijn energiesysteem anders functioneerde dan voorheen.
Tot slot werden verschillende biomarkers in mijn bloed onderzocht.
Ook daar werden veranderingen gevonden die wezen op een verbeterde mitochondriale functie en een efficiëntere energiehuishouding op cellulair niveau.
Toen ik alle resultaten naast elkaar legde, begon er een patroon zichtbaar te worden.
Vrijwel iedere test die iets kon zeggen over energieproductie, herstelvermogen of mitochondriale functie wees in dezelfde richting.
Het leek alsof BFR niet alleen mijn spieren had getraind, maar daadwerkelijk de energiecentrales van mijn lichaam had geholpen om zich te herstellen en opnieuw aan te passen.
Op dat moment begon ik me af te vragen of de betekenis van BFR voor mensen met CVS misschien veel groter zou kunnen zijn dan momenteel wordt gedacht.
Misschien blijkt uiteindelijk dat BFR voor veel mensen met CVS de sleutel is om de mitochondriën weer te trainen, sterker te maken en efficiënter te laten functioneren. Als dat inderdaad zo is, dan zou deze relatief eenvoudige trainingsmethode weleens een veel grotere rol kunnen spelen in de toekomst van CVS dan we ons nu realiseren.
Waarom ik ermee doorga
Wat BFR mij vooral heeft gegeven, is het gevoel dat ik mijn lichaam weer kan trainen zonder het voortdurend te overvragen.
Voor het eerst sinds lange tijd had ik het idee dat ik een trainingsprikkel kon geven die mijn lichaam daadwerkelijk leek te verdragen.
Misschien is dat uiteindelijk wel het belangrijkste.
Niet dat mijn CVS verdwenen is.
Maar dat ik het gevoel heb dat mijn lichaam nog steeds in staat is zich aan te passen, sterker te worden en efficiënter met energie om te gaan.
En voor iemand met CVS is dat een hoopgevend gevoel.
Maak jouw eigen website met JouwWeb