Soms nog voordat ik mijn ogen goed open heb, voel ik het al: dit wordt er weer één. Zo’n dag waarop mijn lichaam zwaarder is dan de dag zelf.
En heel even komt de gedachte: niet opstaan. Gewoon blijven liggen. Opgeven voelt dan niet dramatisch, maar logisch.
Maar ik sta toch op.
Niet omdat ik me sterk voel. Maar omdat ik geen andere keuze wil accepteren.
Mijn grootste gevecht is niet buiten mij. Het zit in mij. Elke seconde.
Die vermoeidheid die niet “een beetje moe” is. Die mist in mijn hoofd die simpele dingen ingewikkeld maakt. Dat lichaam dat “stop” schreeuwt terwijl ik nog niks heb gedaan.
En toch ga ik door.
Stap voor stap. Soms letterlijk per handeling.
Want het maakt niet uit wie ik vroeger was. Niet wat ik kon. Niet hoe makkelijk dingen ooit gingen.
Dat is voorbij.
Het enige wat telt is: wat kan ik vandaag nog doen met wat ik heb?
En eerlijk? Soms is dat bijna niets.
Maar zelfs “bijna niets” is nog steeds een keuze om niet helemaal stil te vallen.
De wereld snapt dat niet altijd. Die gaat gewoon door. Mensen werken, trainen, leven, lachen, plannen.
En ik zit in een andere strijd. Een stille strijd. Tegen mijn eigen energie. Tegen mijn eigen grenzen. Tegen mijn eigen lichaam.
En dat is het harde deel: niemand ziet het echt.
Het lijkt alsof ik niks doe.
Maar vanbinnen is het oorlog.
Elke dag opnieuw.
En als ik eerlijk ben: soms win ik niet.
Soms lig ik gewoon. Soms gaat het niet. Soms is het echt te veel.
Maar dan nog eindigt de strijd niet. Want de volgende dag begint hij opnieuw.
En dus leer ik iets anders.
Niet winnen zoals de wereld winnen ziet.
Maar winnen als: nog één keer proberen. Nog één kleine actie. Nog één moment waarop ik niet helemaal toegeef aan stilstand.
Want CVS dwingt je om je definitie van “sterk” te veranderen.
Sterk is niet alles kunnen.
Sterk is blijven terugkomen, ook als je lichaam zegt dat het geen zin heeft.
En dus blijf ik gaan.
Langzaam. Onzichtbaar. Soms bijna stil.
Maar niet helemaal gestopt.
Maak jouw eigen website met JouwWeb